Je hebt net een project afgerond waar je maanden aan werkte, je leidinggevende is lovend, en toch denk je stiekem: dit was geluk, straks prikt iemand door wie ik echt ben. Herkenbaar? Dan heb je waarschijnlijk te maken met impostersyndroom, en je bent er bepaald niet alleen in. Onderzoek onder vrouwen in de zorg en wetenschap laat zien dat het gevoel vaker en heviger voorkomt bij vrouwen dan bij mannen, met concrete gevolgen voor wie een promotie krijgt en wie niet.
Wat impostersyndroom precies is
Impostersyndroom is meer dan even twijfelen aan jezelf voor een presentatie. Het is de hardnekkige overtuiging dat je succes niet aan jezelf te danken hebt, maar aan mazzel, timing of de goedgelovigheid van anderen. Psychologen noemden het fenomeen voor het eerst in de jaren zeventig bij vrouwen die academisch en professioneel uitblonken, maar zichzelf toch als bedriegers zagen. Het zit niet in je hoofd omdat je onvoldoende presteert, het zit in je hoofd terwijl je aantoonbaar goed presteert. Dat verschil maakt het zo hardnekkig: elk compliment voelt als een vergissing die nog rechtgezet moet worden.
Waarom vooral vrouwen dit gevoel herkennen
Uit een studie naar vrouwen in de neurologie blijkt dat impostergevoelens meespelen in het feit dat vrouwen minder vaak publiceren en minder vaak doorstromen naar hogere functies dan mannelijke collega's, ook als hun werk van vergelijkbaar niveau is (bron). Dat komt niet doordat vrouwen minder kunnen, maar doordat ze vaker de lat voor zichzelf verleggen zodra ze die halen. Waar een man een meevaller ziet als bewijs van zijn kunnen, ziet een vrouw diezelfde meevaller vaker als geluk dat ze snel moet waarmaken. Die dynamiek wordt in de psychologie ook wel het bedriegerssyndroom genoemd (meer uitleg hierover), en de druk om jezelf continu te bewijzen via personal branding en LinkedIn-posts maakt het er niet lichter op.
De link tussen twijfel en een gemiste promotie
Het probleem blijft niet in je hoofd steken. Het stuurt keuzes. Vrouwen met impostergevoelens solliciteren minder snel op een functie waar ze net niet alle vakjes afvinken, vragen minder vaak om een salarisverhoging en zeggen vaker nee tegen zichtbare projecten uit angst om te falen waar iedereen bij staat. Het gevolg: de promotie gaat naar iemand die wel opstond, niet per se naar wie het beste werk leverde. Dat raakt meteen je portemonnee, want salaris groeit zelden vanzelf mee met je kunde als je nooit onderhandelt. Wil je weten hoe dat onderhandelen straks makkelijker wordt nu salarissen transparanter moeten, lees dan ook ons artikel over de loontransparantiewet.
Vier signalen dat het verder gaat dan gewone onzekerheid
- Je schrijft successen toe aan geluk, timing of andere mensen, nooit aan je eigen kennis.
- Je bereidt je extreem voor op dingen die je eigenlijk allang beheerst, uit angst om door de mand te vallen.
- Je neemt een compliment nooit zomaar aan, je relativeert het meteen of schuift het af.
- Je vermijdt sollicitaties of promotietrajecten omdat je bang bent dat je "nog niet klaar" bent, ook al zeggen collega's het tegenovergestelde.
Herken je twee of meer van deze punten, dan is de kans groot dat dit patroon je carrière al langer afremt dan je beseft. Dat past ook bij een bredere houding: wie zichzelf structureel klein houdt op werk, doet dat vaak ook in de rest van het leven. Onze tips uit 10 slimme gewoonten van succesvolle vrouwen raken precies dat thema.
In de praktijk zie je dit patroon vaak terug in het functioneringsgesprek. Een leidinggevende vraagt hoe het gaat, en in plaats van je resultaten te benoemen begin je meteen over wat er nog beter kan. Je manager noteert dat je "zelfkritisch" bent, terwijl je eigenlijk gewoon bang was om trots te klinken. Op de lange termijn werkt dat tegen je, want wie zichzelf structureel afzwakt in zo'n gesprek, wordt ook minder snel voorgedragen voor de volgende stap. Het is dus geen kwestie van harder werken, maar van anders praten over het werk dat je al levert.
Zo zet je de volgende stap toch
Begin klein en concreet. Houd een week lang bij welke complimenten je krijgt en schrijf letterlijk op waarom je die verdiende, in plaats van waarom het toeval was. Vraag een collega die je vertrouwt om eerlijk te benoemen wat jij goed doet, want zelfkennis via een ander is vaak scherper dan je eigen zelfkritiek. En solliciteer op die functie ook als je nog niet aan elke eis voldoet: uit onderzoek blijkt keer op keer dat wie wacht tot hij zich honderd procent klaar voelt, structureel te lang wacht. Sommige mensen hebben baat bij een mentor die hardop benoemt wanneer je jezelf onderschat, anderen komen al een heel eind door simpelweg bij te houden welke opdrachten je aankon die je jaar eerder nog eng had gevonden. Wie eenmaal doorheeft dat onzekerheid geen feit is maar een gewoonte, kan die gewoonte ook weer afleren. Twijfel je nu al aan een volgende stap in je loopbaan, kijk dan ook eens naar career cushioning als manier om je zonder paniek voor te bereiden op verandering.